De bestaande methodes voor natuuronderwijs, gezond gedrag, techniek en biologie in de basisvorming zijn vaak erg mooi en goed. Maar vaak zijn ze zo volledig dat de leerkracht er in een schooljaar met de beperkt beschikbare tijd niet doorheen komt. Er moeten dus keuze gemaakt worden, zeker als de leerkracht ook met de leerlingen nog naar buiten wil om een deel van het lesmateriaal te vervanging door 'beleving'.
In het bijzonder geldt bij natuur en milieueducatie (NME) dat 'beleving' in de vorm van veldwerk en excursies een onmisbare factor is. NME impliceert dat aan inhouden ook praktijk, zelf ontdekken en onderzoeken, wordt toegevoegd. Vaak komt die praktijk bovenop de lessen uit de methode, terwijl de NME-praktijklessen een aantal hoofdstukken uit de methode juist 'overbodig' maken. Als praktijk niet gezien wordt 'in plaats van' die hoofdstukken komt het 'erbij' en zal het als extra ballast kunnen worden ervaren. In bijlage IV zijn als extra hulpmiddel natuurmethodes opgenomen en is een vergelijking met deze leerlijn aangegeven.