De vernieuwde basisvorming richt zich op 7 leerdomeinen - dat zijn er nu 15 - met voor scholen meer ruimte de vakken naar eigen inzicht in te vullen:
Vakken als biologie, aardrijkskunde, economie, natuur- en scheikunde, geschiedenis en staatinrichting zullen bij de vernieuwing opgaan in grotere eenheden. De vernieuwing heeft in principe bijstelling van het onderwijs in de basisvorming tot doel en zal -naar verwachting- niet zozeer leiden tot bijstelling van de kerndoelen.
Bij de herordening van de kerndoelen naar de 7 leergebieden zal vermoedelijk veelal teruggevallen worden op de huidige kerndoelen (van 1998-2003). Mocht bij de vernieuwing echter de tendens van het basisonderwijs worden gevolgd dan kan bij de nieuwe omschrijvingen een enorme versobering tegemoet worden gezien. De huidige omschrijvingen zijn erg volledig en op zijn zachtst gezegd 'optimistisch' geformuleerd.
In relatie met de-leerlijn-water zijn de volgende kerndoelen interessant:
Biologie
Domein D: Natuur en Milieu, no. 15
De leerlingen kunnen wat betreft natuur en milieu voorbeelden beschrijven waaruit blijkt dat de mens van natuur en milieu afhankelijk is voor voedsel, water en lucht, grondstoffen, energie en als plaats van recreatie.
Aardrijkskunde
Domein F: Natuur en Milieu, no. 16
Leerlingen kunnen de ligging en het uiterlijk van de belangrijkste landschapstypen verklaren m.b.v. de invloed van wind, zee, ijs, rivieren en de mens.
Idem, no. 18
Leerlingen kunnen voorbeelden van belangrijke milieuvraagstukken in Europa en de wereld beschrijven en verklaren. Zij betrekken daarbij milieuproblemen met een grensoverschrijdend karakter in Europa in relatie tot Nederland (zoals lucht- en watervervuiling) en mondiale milieuproblemen (zoals ontbossing en woestijnvorming).
Economie
Domein B: Consumptie, no. 7
Leerlingen kunnen een concrete koopbeslissing beoordelen gebruik makend van bijvoorbeeld de economischmaatschappelijke gevolgen voor milieu, werkgelegenheid en Derde Wereld.
Domein E: Natuur en Milieu, 24 en 25
De leerlingen kunnen met het oog op de rol van burger:
24. aan de hand van concrete voorbeelden van milieuvraagstukken de onderlinge samenhang tussen milieu,
productie en consumptie beschrijven
25. de effectiviteit van maatregelen van milieubeleid en eigen activiteiten die bijdragen aan de bescherming
van het milieu beoordelen.
Natuur- en Scheikunde
Algemene doelen
Leerlingen tonen inzicht in sociale en milieueffecten die toepassingen van natuur- en scheikunde in de samenleving kunnen teweeg brengen. Leerlingen verwerven inzicht in relaties tussen natuur, techniek en milieu en het concept van duurzame ontwikkeling.
Domein B: Stoffen en materialen in huis, no. 4 a t/m d
De Leerlingen kunnen wat betreft het gebruik van water:
a. verschillen en overeenkomsten tussen, drink-, zee-, regen-, oppervlakte- en grondwater noemen;
b. noodzaak en methode van zuivering van water t.b.v. drinkwater
c. uitleggen waarom concentraties van stoffen in drinkwater per stof verschillen
d. de betekenis en functiebeschrijving van water als oplosmiddel, spoelmiddel en middel bij de bereiding van voedsel.
Domein I: Natuur en Milieu, no. 20
De leerlingen kunnen wat betreft het gebruik van water, reinigingsmiddelen, cosmetica, energie en geluid een relatie leggen met natuur, milieu en duurzame ontwikkeling.
Geschiedenis en staatsinrichting
Domein G: Natuur en milieu, no. 19
De leerlingen kunnen voorbeelden geven van milieuvraagstukken zoals die zich sinds de industrialisatie voordeden, deze beschrijven en verklaren. In dat verband kunnen zij milieuvraagstukken in verband brengen met economische en technologische ontwikkelingen. In dat verband kunnen zij milieuvraagstukken in verband brengen met economische en technologische ontwikkelingen. Dit kerndoel hangt nadrukkelijk samen met kerndoel 18 van aardrijkskunde en 24 van economie.